vrijdag 24 januari 2020

Toetsweek, autisme en het thuisfront

Tijdens de toetsweek hangt er een soort dikke stofwolk boven ons huis. Er worden stevige gevechten geleverd. Inmiddels is het vrijdagavond en hang ik uitgeput op de bank.

Het begint al drie weken eerder, als er een planning gemaakt moet worden. Want wat moet er allemaal geleerd worden en wanneer moet dat in het puberhoofd? Bij autistische pubers blijkt dat net even ingewikkelder. Want het overzicht per vak ontbreekt en het inzicht ontbreekt hoeveel woordjes per uur realistisch is. Bovendien zinkt de moed vaak in de schoenen bij het zien van de totale hoeveelheid.

Door schade en schande wijzer geworden, maak ík die planning. Met hapklare brokjes per vak per dag. Inclusief herhaalrondje. Dan hoeft puber alleen de uitvoering nog te doen. Helaas staat alle lesstof op de laptop; net als you.tube. Een twaalfjarige die moet kiezen tussen Griekse woordjes stampen of een vlog kijken, bezwijkt uiteraard voor de afleiding. Dus probeer ik ook toe te zien op het leerproces zelf, wat in de praktijk betekent ongeveer continu ernaast moeten zitten.

De puber raakt op slag depressief van het idee van zoveel toetsen. De autist raakt in de war van 'anders dan anders'. De autistische puber ziet toetsweek als dramatisch eindpunt van het leven. Zeker als het gamen verboden wordt en op woensdagochtend de eerste vier binnen knalt, met nog zes toetsen te gaan. Dus kost het ongelooflijk veel moeite om hem aan het leren te krijgen.

Tijdens de toetsweek wordt hier dus gehuild, geschreeuwd, gegooid, moed in gesproken, uitgefoeterd, geknuffeld, gestimuleerd en gedreigd en alle emoties komen voorbij. De puber wenst oneindige voedselvoorraden, maar het gewone avondeten lukt niet omdat het autisme de boerenkool/lasagne/nasi/moeilijketen blokkeert.

Helaas ontgaat dat de brusjes natuurlijk niet. Die raken ook van slag. Ik mag alles en iedereen kalmeren, troosten, motiveren, opvangen en controleren, naast de gewone zaken van voederen en wassen en poetsen.

Nu is het drama voorbij en begint het wachten op de cijfers. Hopelijk dwarrelen de stofwolken nu weer neer en gaat de zon weer schijnen. Tot de volgende toetsweek...

dinsdag 21 januari 2020

Cito en toetsweek

Deze week verbaas ik me enorm over het verschil tussen mijn twee oudste jongens.
De puber heeft toetsweek en het schoolkind heeft cito toetsen.

De puber staat hier en daar een onvoldoende. Hij vergeet bij veel toetsen een deel van de stof te leren. Bij grammatica rijtjes leert hij bijvoorbeeld welke persoon welke uitgang krijgt, maar hij vergeet de vertaling te leren. Of hij ziet over het hoofd dat hij nog drie paragrafen moet kennen.
De puber wil na school eerst ontspannen, daarna iets leren zonder inspanning en dan gauw verder gamen. Iedere vorm van planning is hem volslagen onbekend. Dus schrikt hij zich kapot van het aantal nieuwe Duitse woordjes en begint hij er niet aan, want kansloos.
Met een hoop drama proberen we hem door zo'n toetsweek te slepen.

Onze tweede ligt nachten wakker van het idee dat hij zijn cito verprutst. In groep 6. Want ieder cijfer onder de 8 is een drama. Zijn werkstukken zijn ruim vóór de deadline af, zonder enige inspanning van ons.

Twee broers, maar een gigantisch verschil. Dat lijkt toch echt in de kinderen zelf te zitten. Blijkbaar is de invloed van opvoeding op planningsvaardigheid beperkt. Dan is het gebrek daaraan niet mijn schuld...

donderdag 16 januari 2020

Een puber met autisme

Soms vraag ik me af hoe het normale leven met een puber is. Want hoe lief ook, onze puber is niet echt standaard. Toen hij vijf was, kregen we te horen dat hij autisme heeft. Lastig voor hem, maar je kunt er prima oud mee worden. Daarnaast is hij hoogbegaafd. Ook lastig en kun je ook best oud mee worden. Zijn slimheid compenseert gelukkig voor een deel zijn autisme. Hij kan namelijk ongelooflijk veel leren. Tegelijk zit daar ook het lastige stukje voor ons als ouders: wíj moeten hem zoveel extra leren.


We hebben ons voorgenomen om hem op te voeden tot een zelfstandige volwassene, die zich kan redden in de maatschappij. Want op een dag is hij klaar met de middelbare school en moet hij gaan studeren. Daarna moet hij het echte leven in. We vertrouwen erop dat hij dit kan leren, juist omdat hij zo vreselijk slim is. Maar geloof me, dat is ongelooflijk hard werken. Voor ons vooral.

Probeer eens één dag alle ongeschreven sociale regels hardop te benoemen. Wat is de regel, wanneer pas je die toe, wat zijn de uitzonderingen? Simpel voorbeeld: hoe begroet je een volwassene? Dat hangt er vanaf hoe goed je diegene kent, waar je die ontmoet, in welk gezelschap, in welke rolverdeling. Tegen oma zeg je iets anders dan tegen de caissière.
Er is zoveel wat hij niet automatisch aanvoelt, maar moet leren. Dat betekent dat ik een deel van de tijd met twee paar hersens probeer te denken. Wat ontbreekt in zijn denksysteem en hoe leer ik hem dat aan? Welke verandering komt er, hoe bereid ik hem voor en hoe vang ik dat op?

De basisschool ging niet vanzelf, zal ik maar voorzichtig zeggen. Inmiddels zit hij in de tweede klas gymnasium, waar hij met zijn 12 jaar gelukkig geen uitzondering is. De puberteit begint nu serieus te worden en wat ouders zeggen, wordt stom in plaats van een reddingsboei. Hij is bijna net zo lang als ik en voelt zich nog een stukje groter. Tot er stress ontstaat van iets en zijn kleine kinderhartje overstroomt. Dan kan hij niet zelf benoemen wat er speelt, laat staan een oplossing bedenken.
Dan mag ik opnieuw voor twee personen denken, waarbij ik soms flink moet kronkelen met mijn geest om zowel het probleem als de oplossing te vinden...

Ik hoop op mijn blog ook soms te beschrijven wat voor dilemma's en vrolijke situaties het oplevert als je een puber met autisme hebt. Mochten er ouders mee lezen met tips, trucs of vrolijke anecdotes, dan hoor ik die natuurlijk graag!

dinsdag 14 januari 2020

Wat eten we deze week? (2)

Het is een weekje puzzelen qua menu. Er zijn twee gesprekken op school, zodat ik mijn mentale energie voor het koken niet moet overschatten. De puber heeft zware stress voor de toetsweek die maandag begint, zodat hij moeite heeft met onbekende dingen eten. Dus moeten er vooral simpele dingen op tafel komen.

Alleen de maandag was haastwerk: muziekles van dochter tot 17.15 en muziekles van zoon vanaf 18.45. Daar tussenin een kwartier naar huis, eten en weer een kwartier terugrijden. Gelukkig is dat maar eens in de drie weken.
Donderdag wil ik een dagje met de trein naar Utrecht. Ik moet mijn diploma nog gaan ophalen en wil dan gelijk maar met de peuter naar het Nijntjemuseum. Dat betekent veel lopen met de kinderwagen en weinig puf om 's avonds nog te koken.
Waar ik vroeger op zulke dagen goede voornemens had en uitgeput eindigde met pizza, kan ik nu beter inschatten dat ik vooraf moet koken. Scheelt een hoop geld en frustratie. Zo fijn als er dan gewoon al gezond eten klaar staat!

Zondag: zuurkool ovenschotel (vega), wortelsoep, salade van koolrabi en komkommer.
Maandag: de tweede helft van het eten van zondag.
Dinsdag: pannenkoeken
Woensdag: paprikasoep en vegetarische lasagne
Donderdag: paprikasoep en de tweede helft van de lasagne
Vrijdag: aardappels met groente en vis (nog kopen)
Zaterdag: patatjes

zondag 12 januari 2020

Omschakelen naar thuismama

Sinds de kerstvakantie ben ik officieel gestopt met werken. Dat is nogal een overgang: tot oktober had ik iedere week een dag college en ik werkte drie dagen voor de klas. Inmiddels heb ik mijn diploma behaald en mijn opleiding na iets meer dan een jaar afgerond. Ik vond het leuk om voor de klas te staan, maar toch ben ik voorlopig gestopt.

Onze jongste is nu twee. Hij ging naar het kinderdagverblijf en vond het iedere morgen drama als ik hem wegbracht. Het lastige is dat je daar altijd de hele dag moet betalen, ook als je niet de hele dag nodig hebt. Onze basisschool heeft geen eigen BSO, dus ik moest altijd iets met oppas regelen als ik na 15.00 nog moest werken. Dat vonden zoon en dochter eigenlijk geen succes (hoewel ze BSO nog erger vonden).
Zolang ik nog een fulltime Master deed, kreeg ik wel fulltime opvangtoeslag. Maar zodra ik mijn diploma had, was dat voorbij. Maar als ik niet de hele dag werk, krijg ik niet voldoende vergoed om de opvang te betalen. Dan werk ik dus voor niks.
Daarnaast heeft de puber ook wat hulp nodig met plannen en organiseren van huiswerk. Het is veel leuker om te gamen en te chillen dan om te leren. Ik ken eigenlijk geen enkele twaalfjarige die uit zichzelf dan eerst lekker gaat leren na schooltijd als er niemand thuis is.
Als ik laat thuis ben, moet ik eerst nog koken, iedereen eten geven, de kleintjes in bed stoppen, huiswerk begeleiden, alles opruimen en dan om 21.30 zou ik nog mijn lessen moeten voorbereiden en toetsen nakijken. Dus wil ik liever minder uren per dag werken. Gelukkig voorzien ze nog genoeg vacatures voor de komende jaren. Als de jongste op school zit, wil ik in principe weer opnieuw aan het werk. Maar de komende anderhalf jaar ben ik dus thuismama.

Het is best een overgang. Geen collega's meer. Geen takenlijst waar je nauwelijks aan toe komt. De hele dag een peuter om je heen. Geen inhoudelijke uitdaging hoe je een leuke les neer zet. Alleen je eigen puber die soms irritant doet, in plaats van ieder uur 25 andere pubers. Minder geregel aan opvang, oppas of afspraken op onmogelijke tijdstippen. Minder inkomsten. Meer tijd om gezond te kopen en weloverwogen boodschappen te doen.

Ik weet nog niet hoe het gaat bevallen. Misschien zoek ik in september toch een gastouder voor de peuter om weer een paar uur per dag les te gaan geven. Misschien wil ik over anderhalf jaar juist thuismama blijven. In ieder geval beschouw ik het nu als een uitdaging om mijn leven als thuismama opnieuw vorm te geven!

vrijdag 10 januari 2020

Dagje ziekenhuis

Donderdag was ik een dagje met mijn dochter in het ziekenhuis. Ze kreeg een onderzoek in Amsterdam, zodat we al om 6.30 in de auto moesten zitten. Gelukkig ging het snel en waren we om 14.30 weer thuis.

Dochter is nu al een tijdje 6 en heeft inmiddels sinds begin 2018 antibiotica. Zodra we stoppen, krijgt ze oorontstekingen en is ze te moe om naar school te kunnen. Eigenlijk is ze moe geboren, zeggen we altijd. We tobben nu al jaren met diverse kinderartsen en ziekenhuizen, maar een diagnose is er niet.

Donderdag kregen we gelijk de voorlopige uitslag te horen van de testen. We kunnen weer een nare ziekte uitsluiten. Heel fijn, maar tegelijk ook lastig. Want nu weten we nog niet wat er wél is. We moeten wachten tot eind april op de definitieve uitslag. Daarna gaat er pas weer een kinderarts bedenken hoe het verder moet.

Voorlopig hopen we dus maar dat ze over de problemen heen groeit, al weten we niet wat er precies mis is.

dinsdag 7 januari 2020

Wat eten we deze week? (1)

Op zondag eten wij altijd aardappels, groente en vlees. We kochten in september een groot pakket van 10 kilo ingevroren Aaibaar Vlees. En ja, daar eten we nu dus nog van. Met kerst aten we de rollade en deze zondag heerlijk runderlappen.

Ik voer een stevig groente-offensief. Onze kinderen dachten dat alle groente smerig is, als het niet verstopt zit onder satésaus of appelmoes. Daarom kook ik twee of drie keer per week een grote pan soep. Gepureerd lukt het ze meestal wel om een grote soeplepel binnen te krijgen. Is het avondeten 'vies', dan eet je extra soep en weinig avondeten. Is de soep 'vies', dan eet je extra avondeten.
Hiermee hebben de kinderen de illusie dat er iets te kiezen valt en hebben we minder strijd.

- Zondag: stamppot van aardappels en spinazie, met draadjesvlees.
- Maandag: broccolisoep vooraf, pasta met doperwtjes, pesto en wat gerookte zalm voor de smaak.
- Dinsdag: broccolisoep vooraf, pannenkoeken
- Woensdag: rode bietensoep vooraf, hutspot
- Donderdag: ziekenhuisdag met dochter, dus pizza
- Vrijdag: rode bietensoep vooraf, boerenkoolstamppot
- Zaterdag: frietjesdag

Het dieet voldoet vast niet aan de richtlijnen van het consultatiebureau. Maar hé, ze eten rode, groene en oranje groente!